top of page

11 collega’s die je batterij leegtrekken

  • 23 jun
  • 5 minuten om te lezen

(en hoe je ermee omgaat)



Je kent ze vast. Collega’s die op zich prima mensen zijn, maar die op sommige dagen nét iets meer energie vragen dan je beschikbaar hebt.

De één maakt van elke vraag een spoedgeval. De ander ziet in elk idee vooral waarom het niet kan. En weer iemand anders begint een vergadering met “heel kort” waarna je tien minuten later nog steeds luistert.

Herkenbaar? Mooi. Want dit artikel is niet bedoeld om collega’s af te branden. Zie het als een spiegel met een knipoog. We hebben allemaal weleens een dag waarop we zelf ook op deze lijst passen.

Het goede nieuws: je hoeft niet te wachten tot anderen veranderen. Je kunt zelf vaak al veel doen om gesprekken lichter, duidelijker en werkbaarder te maken.


1. De “ja, maar”-collega

Jij komt met een idee. Nog voordat je je zin afmaakt, hoor je: “Ja, maar…”

En daar gaan we. De risico’s, bezwaren en beren op de weg staan alweer in de rij.

Kritisch meedenken is waardevol. Echt. Maar als elk idee meteen wordt afgeremd, zakt de energie sneller weg dan je laptopbatterij tijdens een Teams-call.


Proactieve aanpak:

Vraag de ander om mee te bouwen: “Goed punt. Hoe kunnen we dat oplossen?” Zo maak je van tegenkracht denkkracht.


2. De collega met permanente spoed

Voor deze collega is alles dringend. Een mail. Een wijziging. Een vraag van een klant. Zelfs iets wat prima morgen kan, voelt ineens alsof het binnen vijf minuten moet.

Voor je het weet neem jij de stress over.


Proactieve aanpak:

Vertraag bewust. Vraag: “Wanneer moet dit echt af?” of “Wat gebeurt er als we dit later vandaag oppakken?” Niet alles wat haastig klinkt, is ook echt urgent.


3. De vergader-uitbreider

Deze collega heeft altijd nog “één kleine toevoeging”. Daarna volgt nog wat context. Dan een voorbeeld. Dan toch nog een nuance.

En ineens ben je twintig minuten verder.


Proactieve aanpak:

Vat samen en stuur terug naar de agenda: “Helder, volgens mij is je punt dat X belangrijk is. Zullen we nu kijken wat we besluiten?” Vriendelijk, duidelijk en goed voor ieders agenda.


4. De wandelende klaagmuur

Het systeem werkt niet. De planning klopt niet. De klant is lastig. Het management snapt het niet. En de koffie? Ook al niet wat het geweest is.

Even klagen mag. Soms moet het er gewoon uit. Maar als het gesprek rondjes blijft draaien, kost het vooral energie.


Proactieve aanpak:

Toon kort begrip en breng beweging aan: “Wat zou een kleine verbetering zijn?” of “Waar hebben we wél invloed op?” Komt er niets uit, dan mag je ook gewoon door met je dag.


5. De vaste helpdesk-klant

Iedereen heeft weleens hulp nodig. Geen probleem. Maar sommige collega’s stellen steeds dezelfde vraag, op dezelfde manier, met dezelfde verbaasde blik.

Voor je het weet ben jij geen collega meer, maar de klantenservice.


Proactieve aanpak:

Help zonder over te nemen. Vraag: “Wat heb je zelf al geprobeerd?” of zeg: “Ik kijk even mee, maar jij klikt.” Zo leert de ander verder en blijft het werk van de ander ook echt van de ander.


6. De perfectionistische vertrager

Deze collega wil kwaliteit. Mooi. Maar soms wordt elk detail nog drie keer bekeken, bijgeschaafd en opnieuw besproken.

Het resultaat? Het project staat stil, terwijl iedereen wacht op versie 47.


Proactieve aanpak:

Maak duidelijk wat nodig is. Vraag: “Is dit goed genoeg voor deze fase?” of “Wat moet nu echt af en wat kan later beter?” Niet alles hoeft een meesterwerk te zijn. Soms is klaar ook gewoon klaar.


7. De verdwijnkunstenaar

In de vergadering klinkt alles helder. Iedereen knikt. Taken zijn verdeeld. En daarna: stilte.

Geen update. Geen vraag. Geen resultaat. Tot iemand anders het maar oppakt.

Proactieve aanpak:

Maak afspraken concreet. Niet: “We kijken ernaar”, maar: “Jij maakt de eerste opzet voor donderdag en geeft woensdag een korte update.” Duidelijkheid voorkomt verdwijntrucs.


8. De dramavergroter

Een opmerking wordt een issue. Een misverstand wordt een verhaal. Een klein verschil van mening krijgt ineens drie lagen betekenis.

Voor je het weet zit je midden in een kantoorserie waar je nooit auditie voor hebt gedaan.


Proactieve aanpak:

Ga terug naar de feiten. Vraag: “Wat is er precies gezegd?” of “Heb je dit al met die persoon besproken?” Drama wordt kleiner zodra je stopt met meespelen.


9. De sarcastische ondertitelaar

Bij elk plan komt commentaar. Niet altijd hardop als kritiek, maar net zo’n opmerking tussendoor.

“Succes daarmee.”“Dat hebben we al vijf keer geprobeerd.”“Benieuwd hoe lang dit blijft hangen.”

Soms grappig. Vaak vermoeiend.


Proactieve aanpak:

Vraag naar de echte boodschap: “Wat is je inhoudelijke zorg?” Daarmee haal je het uit de grap en terug naar het gesprek.


10. De “kun je even snel”-collega

“Kun je even snel meekijken?”“Heb je twee minuten?”“Kun jij dit nog heel kort oppakken?”

Het klinkt klein. Maar al die kleine verzoeken samen kunnen je hele dag opeten.


Proactieve aanpak:

Zeg duidelijk wat wel kan. “Nu niet, maar om 15.00 uur heb ik tien minuten.” Of: “Ik kan meedenken, maar het niet overnemen.” Grenzen stellen hoeft niet hard te zijn. Wel helder.


11. De machteloze meedrijver

Bij deze collega ligt alles buiten de eigen invloed. De klant doet moeilijk. De planning is slecht. Het systeem werkt tegen. De organisatie snapt het niet.

Soms klopt dat ook. Maar als er nooit ruimte is voor eigen actie, blijf je samen hangen.


Proactieve aanpak:

Breng het gesprek terug naar invloed: “Wat kun je nu wél doen?” of “Wat is de eerste stap die binnen jouw bereik ligt?” Klein beginnen is nog steeds beginnen.


En nu jij

Het makkelijkste is natuurlijk om deze lijst te lezen en meteen drie namen in je hoofd te hebben.

Maar de interessantere vraag is: waar herken je jezelf?

Misschien ben jij soms de “ja, maar”-collega. Misschien stuur jij ook weleens een “kan even snel?” terwijl je eigenlijk bedoelt: “Ik heb dit te laat opgepakt, help.” Misschien blijf je soms hangen in geklaag omdat je moe bent.

Dat is menselijk.

Proactief werken betekent niet dat je altijd rustig, scherp en oplossingsgericht bent. Het betekent dat je merkt wat er gebeurt en bewust kiest wat je ermee doet.

Je kunt een betere vraag stellen. Een grens aangeven. Een afspraak concreter maken. Een gesprek afronden. Of besluiten dat niet elke paniek van een ander automatisch jouw paniek hoeft te worden.


Tot slot

Collega’s kunnen energie kosten. Jij waarschijnlijk ook weleens. Daarom helpt het om er met wat humor naar te kijken. Niet om mensen in hokjes te stoppen, maar om patronen te herkennen. Want zodra je een patroon ziet, kun je anders reageren.


En dat is precies waar proactief werken begint: niet bij wachten tot de ander verandert, maar bij kiezen wat jij doet met je invloed, je aandacht en je energie.



Van herkennen naar professioneel handelen


Het herkennen van energie-vretend gedrag is één ding. Er goed mee omgaan is iets anders. Zeker wanneer spanning oploopt, grenzen vervagen of gesprekken steeds lastiger worden.


Daarom helpt het om niet alleen te weten wát er gebeurt, maar ook hoe je professioneel kunt reageren. Hoe blijf je rustig? Hoe stel je een duidelijke grens zonder het gesprek te laten escaleren? Hoe herken je vroegtijdig signalen van spanning? En hoe houd je regie over je eigen gedrag, ook als de ander druk, boos, cynisch of grensoverschrijdend reageert?


In de trainingen van PROacteren staat precies dat centraal: proactief handelen, de-escalerend communiceren en veilig, duidelijk en respectvol begrenzen. De trainingen zijn praktijkgericht en sluiten aan op herkenbare situaties uit het werkveld.

Wil je als team sterker worden in professionele communicatie, het stellen van grenzen en het voorkomen van escalatie? Bekijk dan het trainingsaanbod van PROacteren, zoals De-escalerende gesprekstechnieken, Verbale Agressie, Omgaan met Grensoverschrijdend Gedrag of een maatwerktraject voor jouw organisatie.



bottom of page